Boekenpraat: Broeder Ezel (Liesbeth Goedbloed)

Van lezen komt mijn altijd actieve hoofd tot rust. Niet mijn eigen woorden, maar die van een ander staan dan even centraal. Ik geef vervolgens in mijn eigen woorden mijn mening over wat ik heb gelezen.

Het verhaal
Anna is op reis. Ze wil de hoogste berg van Italië beklimmen. Dat doet ze samen met Broeder Ezel, de ezel die ze huurde om haar spullen te dragen. Bovendien heeft ze de ezel nog nodig voor een ander doel.
Onderweg gaan haar gedachten veelvuldig terug naar haar jeugd. Ze groeide op in een strenggelovig gezin. Haar broertje verdronk op jonge leeftijd. Soms ziet Anna voor zich hoe het geweest zou zijn als hij er nog zou zijn.
Broeder Ezel is een verhaal over een zoektocht naar vergelding en/of vergeving.

Mening
Dit boek kwam op mijn lijstje te staan nadat ik een interview las met de schrijfster. Ik wilde het boek heel graag lezen, maar iets hield me ook tegen. Ik stelde het lezen dan ook uit. Eenmaal begonnen, bleek het boek makkelijk te lezen, al was het alleen al vanwege de lettergrootte. Daarnaast is het boek dun, dus je kunt het in één middagje even lezen.
Maar wat lees je dan? Ik vraag me dat, nu het boek uit is, nog steeds af. Wat heb ik nu eigenlijk gelezen? Heb ik het verhaal gelezen van iemand die frustratie over een streng christelijke opvoeding wil uiten? Heb ik een verhaal gelezen van iemand die boos is op God? Heb ik een verhaal gelezen van iemand die vergeving wil laten zien? Ik krijg het maar niet duidelijk. Bovendien vind ik het verhaal erg negatief. God wordt beschreven als Iemand Die boos is en iedereen veroordeelt. Van vergeving en liefde lees ik in dit boek niets. Ik zou het boek in dezelfde categorie plaatsen als bijvoorbeeld de boeken van Jan Siebelink (die ik geboeid heb gelezen). Dan zou ik het boek ook snappen, maar volgens de schrijfster is dit boek er toch één uit een andere categorie en dat maakte het voor mij erg verwarrend.
Kortom…Ik weet niet goed wat ik las. Het verhaal was makkelijk te lezen, het taalgebruik is beeldend en boeiend, maar ik zou dit boek niet aanraden.

Dit boek ook lezen?
Toch nieuwsgierig naar dit boek? Ik gaf ook maar mijn mening en die kan natuurlijk totaal anders zijn dan die van jou.
Je vindt ‘Broeder Ezel’ bijvoorbeeld bij bol.com

Boekgegevens
Titel: Broeder Ezel
Auteur:
Liesbeth Goedbloed
Uitgeverij:
Mozaïek
Genre:
Roman
Pagina’s:
185

Deze blog bevat een affiliatie link. Als je via deze link iets koopt, krijg ik een klein percentage van het aankoopbedrag. Uiteraard betaal je daar zelf niets extra voor.

Wel feesten, niet werken?

Al heel wat jaren moet ik gedoseerd leven, want mijn depressie zorgt voor enorme vermoeidheid. Heel lang betekende dat dat ik werkte en sliep en verder niks kon. Dat kon natuurlijk niet eindeloos goed gaan, maar ik dacht dat het op een dag beter zou worden en allemaal zou veranderen, zomaar vanzelf. Dat deed het niet.

Na jaren volhouden en vooral heel hard door blijven werken, brak het moment aan dat ik me, na overleg met behandelaars die me goed kennen, ziek meldde.  Ik kwam thuis te zitten en ging op een andere manier doseren. Het was niet alleen meer werken en slapen, maar het werd goed voor mezelf zorgen en nog steeds heel veel slapen.

Toch vond ik het heel ingewikkeld. Er kwamen verjaardagen. Kon ik daar nog wel naartoe? Wat als mijn collega’s zouden weten dat ik wel op die verjaardag was, terwijl ik niet werk? Ik moest mijn boodschappen doen, want ja, eten groeit niet in mijn hal, en kwam in de supermarkt ouders van leerlingen tegen. Wat zullen ze nu toch allemaal denken? Ik vond een bezoek aan de supermarkt nog te verantwoorden, want ik moet nu eenmaal eten en drinken.

Ik ging een avondje uit, met de nodige voorzorgsmaatregelen. Ik lag ’s morgens lang in bed en ’s middags sliep ik ook nog een poosje. ’s Avonds ging ik op stap. Ik betrapte mezelf erop dat ik constant om me heen keek. Waren hier misschien ook collega’s of leerlingen of ouders? Die waren er niet. Ik voelde me daar opgelucht over. De volgende morgen werd ik pas heel laat wakker. Ik had enorme moeite met uit bed komen en hing de rest van de dag een beetje op de bank. Meer energie was er niet. Maar ik had wél een fijne avond gehad.

Elke dag ga ik naar buiten. Dat deed ik al voor ik me ziek meldde en doe ik nog steeds. Mensen zien me lopen of fietsen of in de auto stappen. Daar vinden ze in mijn beleving van alles van. Ik merk dat ik me daar soms door tegen laat houden. Ik werk niet, dan kan ik toch ook niet….? Toch probeer ik daar nu mee te stoppen. Nee, ik werk niet. En ja, ik ga wel naar familie en vrienden. Maar dat doe ik gedoseerd. Ik betaal er bovendien een prijs voor. Als ik vandaag een gezellige avond heb, ben ik morgen moe en komt er niets uit mijn handen. Dat zien anderen niet. Mensen die zien hoe ‘gezellig’ ik nog van alles onderneem, zien niet dat ik daar van alles voor moet doen en laten. Ze zien niet dat ik daar achteraf een behoorlijke prijs voor betaal. Die prijs is het altijd waard, want als iets de prijs niet waard is, sla ik over. Maar het is een onzichtbare prijs.

Ik weet dat er een enkeling is die inderdaad redeneert dat ik niets leuks zou mogen doen, maar gelukkig zijn er ook vele anderen. Op straat sprak iemand me aan: ‘Misschien vind je het heel vervelend dat ik je aanspreek, maar ik wil gewoon even zeggen dat ik altijd zo blij ben als ik je weer zie lopen.’ Zo kan het dus ook. Dat helpt me om die andere meningen meer en meer naast me neer te leggen. Ja, ik ga wel naar verjaardagen (als ze me de prijs waard zijn) en ja, ik doe soms leuke dingen met familie of vrienden. Maar ik betaal er ook de prijs voor. Ik leer de balans te vinden en ik ga mezelf niet meer verantwoorden voor de dingen die ik doe. Hooguit verwijs ik nog naar deze blog, in het vervolg…

Lastige leerling

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: Dit gaat over mezelf. Ik ben een lastige leerling. Als kind was ik dat niet. Ik was de braafheid zelve en ik kon iets leuk vinden of niet; ik deed het braaf. Ik kon iets makkelijk vinden of moeilijk; ik deed het, zonder te mopperen.

Dat is ergens in de loop der jaren veranderd. Als ik iets saai vind, vind ik het heel moeilijk om dat te verbergen. Het allerergste vind ik het wanneer ik een cursus of opleiding volg en ik het idee heb dat ik zelf meer weet dan de docent.

Wat me ook uitermate frustreert, zijn cursusdagen waarop ik van alles zelf moet doen. Ik kom om iets te leren, ik hoop dat de docent me iets te vertellen heeft en ik hoor het graag. Af en toe even overleggen? Prima, maar mijn ervaring is dat je altijd minstens drie keer meer tijd krijgt om iets te overleggen dan je nodig hebt. En dát is het moment waarop ik gegarandeerd vervelend ga doen. Ik ga grapjes maken, tussendoor ander werk doen en al mijn sociale media worden weer eens goed bijgewerkt.
Tijdens nascholingen pak ik ook graag met enige regelmaat wat te eten. Totdat ik dus iemand trof die dat verbood. Die arme cursusleidster had waarschijnlijk niet in de gaten dat ze daarmee voor zichzelf de middagen met mij extra moeilijk maakte.
Tekeningetjes maak ik ook veelvuldig. Daar ben ik wel eens voor ‘bestraft’. Dat snap ik, maar is niet terecht, want hoe meer ik teken, hoe beter ik oplet. Dan heb ik de focus op de tekening en kan ik ondertussen luisteren. Als ik om me heen kijk, zie en hoor ik van alles en let ik totaal niet op.

Vaak volg ik nascholingen met collega’s. Ik weet van mezelf dat ik dan vervelend kan doen. Als ik vier uur lang met collega’s in een net iets te kleine ruimte moet luisteren naar dingen die ik al weet, dan moet ik oppassen. Ik weet dat sommige mensen zich aan mij storen tijdens nascholingen. Speciaal voor die mensen (en oké, een beetje voor de docent en mezelf) zoek ik een plek ver bij collega’s vandaan waarvan ik weet dat ik er een hele middag lol mee kan trappen.

Ik werd eens door een cursusleidster aangesproken op mijn gedrag. Dat is prima, maar dat het gebeurde om vier uur ’s middags, terwijl we om negen uur ’s morgens waren begonnen, viel bij mij niet helemaal lekker. Ik had de héle dag netjes op m’n stoel gezeten, keurig gedaan alsof ik oplette, geen enkele keer ongepaste grapjes gemaakt, niet één keer laten merken dat ik niets nieuws leerde en ik had de hele dag niets door de ruimte geroepen, maar nu ik vijf minuten voor tijd lollig werd, had ze er last van. Eh…ja. Vertel dan iets nieuws, alsjeblief, dan doe ik niet zo.

Want het kan dus ook anders. Ik volgde een scholing over het onderwijs aan kinderen met het Syndroom van Down. Ik was samen met een collega waar ik de hele dag mee zou kunnen lachen en grappen. Maar dat deed ik niet. De cursusleidster praatte, van ’s morgens tien tot ’s middags vier. Ik luisterde. Ik was geboeid. Om te voorkomen dat we af en toe een suikerdipje zouden krijgen, vulde de cursusleidster de hele dag onze bordjes met koek, snoep, chocola, enz. Ze vertelde me allemaal dingen die ik nog niet wist en ik schreef geconcentreerd alles op. Vol nieuwe ideeën en plannen reed ik vervolgens naar huis. Ik was deze keer geen vervelende leerling geweest. Maar lag dat aan die cursusleidster of aan mij? Het zal vast aan de combinatie van ons beiden hebben gelegen, maar ik zou bij haar nog zó tien dagen in de schoolbanken schuiven, als de makkelijke leerling die ik vroeger was.

Mijn hele leven op het wereldwijde web?

Een blog starten was al minstens tien jaar een droom van me, maar ik deed het nooit. Tot een paar weken geleden. Ik heb een blog. En waarom?

Mijn hele leven op het wereldwijde web?
Soms twijfel ik ontzettend. Moet ik echt mijn hele leven online zetten? Nee, dat moet ik niet. Wil ik dat? Nee, dat wil ik ook niet. Doe ik dat? Nee, zeker niet. Ja, ik ben heel open op deze blog, maar er zijn heel veel dingen die ik hier niet kan en wil plaatsen. Dingen die gaan over anderen, bijvoorbeeld. Dingen die gaan over mijn familie zal ik hier nooit plaatsen. Dingen die gaan over leerlingen en die niet zodanig geanonimiseerd kunnen worden dat iemand zich erin zou kunnen herkennen, zullen nooit geplaatst worden. Dat lijkt allemaal logisch. Maar dingen over mezelf dan? Over mezelf deel ik veel, maar ook niet alles. Als ik een gesprek met een hulpverlener heb gehad, maak ik daar altijd een verslagje van. Ik deel zo’n verslagje met een vriendin, maar zal dat nooit op de blog zetten. Ik zou wel dingen uit zo’n gesprek kunnen delen, maar nooit een volledig verslag. Want ook ik heb recht op en behoefte aan mijn privacy.

Is dat eerlijk?
Geeft deze blog dan een eerlijk beeld? Ik denk het wel. Ik denk dat op deze blog iets te lezen is over mijn strijd én iets te lezen is van de humor die ik gelukkig altijd heb kunnen behouden (en daar ben ik heel dankbaar voor, dat dat bleef). De nadruk ligt voor mij wel op het doorbreken van allerlei taboes rondom psychische gezondheid en daarom heeft dat tot nu toe de meeste aandacht, maar ik kan het ook niet laten om af en toe gewoon even een gezellig praatje de wereld in te gooien. En omdat ik zo vreselijk gek ben op boeken, hebben die ook een plekje op de blog gekregen.

Maar waarom dan die blog?
Ik startte dus een aantal weken geleden toch een blog. Ik had al een webadres aangemaakt en wilde me richten op boeken. Maar iets knaagde. Iets klopte niet. Ik had het er regelmatig over met de huisarts. Ik had al eens columns geschreven en als we het over schrijven hadden, zag hij een twinkeling in mijn ogen die op andere momenten maar al te vaak ontbrak. Toen kwam er een consult waarin ik behoorlijk overstuur was en opnieuw de vraag werd gesteld of er nog wat van me te lezen was online. Dat was er niet. En hoewel volledig in tranen, verliet ik de praktijk ook met de belofte dat ik er nog eens over na zou denken. Dat nadenken duurde niet lang. Ik maakte thuis direct een domein aan, zette de eerste blog (al láng daarvoor geschreven) online en vond dat heerlijk. Ik schreef weer! Ik schrijf weer! Ik vind het zó fijn om weer te schrijven. En waarom dan het geschrevene online publiceren? Omdat ik denk dat ik iets te vertellen heb. En omdat ik hoop dat ik er iemand, al is het er maar één, mee kan helpen. Omdat ik taboes wil doorbreken, want die zijn er nog veel te veel. En omdat schrijven mijn leven (heeft) verrijkt. Vind ik het dan nooit eng? Ja, ik vind het eng. De blog ‘Depressie is een cultuurverschijnsel’ heeft me bijvoorbeeld heel veel twijfel gekost. Kon ik dit publiceren? Wat als mijn gesprekspartner het zou lezen? Ik deed het toch. Het werd de best gelezen blog, binnen een dag al en dat vond ik veelzeggend. Dit was dus nodig. Het leverde mooie reacties op. En als mijn gesprekspartner het heeft gelezen, hoop ik maar dat diegene er iets van heeft geleerd. Datzelfde gold voor de blog ‘Christen en depressief’. Iemand die me ‘in het echte leven’ ook kent, vertelde me dat het lezen van mijn blog verduidelijkte hoe ik me voelde. Ik ga dus nog wel even door, voor anderen én voor mezelf, want er is nog zóveel te vertellen.

Boekenpraat: Kleine leugens (Isabel Ashdown)

Van lezen komt mijn altijd actieve hoofd tot rust. Niet mijn eigen woorden, maar die van een ander staan dan even centraal. Ik geef vervolgens in mijn eigen woorden mijn mening over wat ik heb gelezen.

Het verhaal
Martha is een succesvolle TV-presentatrice. Ze is bezig met het opzetten van een nieuw programma, over cold cases. Martha’s vriendin Juliet is achttien jaar geleden verdwenen en Martha was de laatste die haar levend zag. Nooit is duidelijk geworden wat er met Juliet is gebeurd. Is ze ontvoerd? Is ze vermoord? Martha besluit dat dit de eerste cold case moet worden die in het programma behandeld wordt.

In haar zoektocht naar alle gebeurtenissen gaat ze ook op zoek naar oude vrienden. Maar dat blijkt ingewikkelder dan het in eerste instantie leek.  

Mening
Vorig jaar las ik ‘Kleine zus’ van Isabelle Ashdown. Ik vond het een heerlijk boek en besloot daarom, zodra ik de aankondiging van ‘Kleine leugens’ zag, dat ik die ook wilde lezen. Hoewel de titels doen vermoeden dat de boeken met elkaar te maken hebben, is dat niet het geval. De boeken staan volledig los van elkaar en zijn dus afzonderlijk van elkaar te lezen.

In dit boek wordt geschreven vanuit meerdere personen, waarbij steeds boven het hoofdstuk wordt aangegeven wie aan het woord is.

Hoewel ik me al vrij snel een voorstelling maakte van wat er met Juliet gebeurd zou kunnen zijn, bleek ik er volledig naast te zitten. Dat ontdekte ik echter pas vrijwel aan het einde van het boek. Juist dat maakt dat ik dit een fijne thriller vind. Ik dacht het te weten, maar bleef twijfelen en had uiteindelijk ook nog eens ongelijk. Hoe verder ik in het boek kwam, hoe meer de spanning toenam en hoe sneller ik door wilde lezen.

Enige minpuntje aan dit boek vond ik dat er twee keer iemand aan het woord was die ik totaal niet in het verhaal kon plaatsen. Dat lukte me uiteindelijk wel toen het boek uit was, maar tijdens het lezen vond ik dat verwarrend.

Al met al een thriller met fijne plotwendingen en een boek dat snel leest. Prima geschikt voor een avondje ontspannen (met iets verhoogde hartslag) op de bank.

Dit boek ook lezen?
‘Kleine leugens’ vind je bijvoorbeeld bij bol.com

Boekgegevens
Titel: Kleine leugens
Auteur:
Isabel Ashdown
Uitgeverij:
Boekerij
Genre:
Thriller
Pagina’s:
347

Deze blog bevat affiliatie links. Als je via deze link iets koopt, krijg ik een klein percentage van het aankoopbedrag. Uiteraard betaal je daar zelf niets extra voor.

Hoofdpijndossier

Hoewel ik een enorme hypochonder ben, ga ik eigenlijk nooit met heel concrete klachten naar een arts. Als iemand mij vertelt dat hij naar de huisarts gaat met een verkoudheid, snap ik daar niks van. Dat gaat in mijn beleving vanzelf wel over. Ik ga altijd met vage klachten.

Totdat ook ik op een dag iets heel concreets had. Ik had hoofdpijn. Al drie weken. Af en toe was het een paar uur weg, maar over het algemeen werd ik dag en nacht gekweld door hoofdpijn. Ik lag er letterlijk van wakker. Ik had eerst niet zo door dat het heel hardnekkig was, want ach, hoofdpijn heb ik wel vaker en iedereen heeft daar toch wel eens last van? Het is zoiets als spierpijn en gaat vanzelf wel over. Toen gooide ik een lege verpakking pijnstillers weg. In de papierbak lag bovenop het voorgaande lege doosje pijnstillers. Oeps. Was dit misschien dan toch iets om even na te laten kijken? Ik besloot van niet. En toch wel. En toch niet. Ik zette een wekker om naar de dokter te kunnen gaan, zette die toch weer uit, zette die midden in de nacht weer aan en toch weer uit en ging uiteindelijk niet.

Zodra ik mijn bed uit was, had ik spijt van mijn besluit. Mijn hoofd moest weer recht op mijn nek staan en dat deed pijn. Veel pijn. Al drie weken. Ik was er opeens klaar mee. En vooruit, de hypochonder had er ook een zeer duidelijke mening over. Maar ja, er zijn afspraken over wanneer ik wel en niet naar de dokter mag en dit was niet een dag waarop ik zou mogen. Of toch wel? Ooit zei een huisarts tegen me: “Een hypochonder kan ook een blindedarmontsteking krijgen en dan moet je wél bellen.” Viel dit in die categorie? Ik wist het oprecht niet.

Ik ging voor een tussenoplossing en belde de assistente. Ze adviseerde me zwaardere pijnstillers, maar die waren me ooit verboden. Was fysiotherapie dan misschien een optie? Ook dat was me ooit verboden, want dat was symptoombestrijding en niet het oplossen van het probleem. Ik vind pijnstillers ook symptoombestrijding, maar blijkbaar zag mijn toenmalige psycholoog dat anders. Ik maakte het dus een beetje een ingewikkeld hoofdpijndossier, die hoofdpijn van mij. De assistente zou overleggen met de huisarts.

Niet veel later kreeg ik concrete tips:
– Neem de komende week rust; vermijd drukte.
– Slik vier keer per dag twee Paracetamol.
– Neem je slaapmedicatie, want goed slapen is belangrijk.
– Ga elke dag even naar buiten.

Stiekem vond ik dat grappig. Dit was precies waarom ik niet naar de dokter was gegaan. Ik dacht dat er een keer iets echt lichamelijks was. De tips doen vermoeden dat hij daar anders over dacht. Ja, de pijn is lichamelijk, maar de oorzaak blijkbaar niet. De rust, tja, stiekem was er veel spanning ja. De pijnstillers, eh…daar had ik dus al twee doosjes van verorberd. De slaapmedicatie had ik nog, maar slikte ik niet. Iets met eigenwijs. Naar buiten ging ik al elke dag.

Ik besloot het toch een kans te geven en vulde mijn pillendoosje aan met de tijdelijk toegevoegde medicatie. Ik ging naar buiten. Ik huilde. En met name dat laatste bracht heel even een beetje verlichting. Ik geef niet graag andere mensen gelijk, maar het zal toch weer niet? Laat ik er mijn hoofd maar niet over breken en trouw de adviezen opvolgen*, in de hoop dat dit hoofdpijndossier snel gesloten kan worden.

*Mijn blogjes worden meestal een paar weken eerder geschreven dan gepubliceerd. Dit hielp allemaal niet en na alleen maar meer pijn, mocht ik naar een fysiotherapeut. Dat doet tijdens de behandeling ook pijn, maar het helpt wel!

De auto voor de deur

Tijdens mijn jaren op de middelbare school zat ik elke schooldag op de fiets. Regen, wind, sneeuw, gladheid, storm, kou, bloedhitte, hagel, miezer, alles maakte ik wel mee. ’s Morgens keek ik zodra ik uit bed kwam even wat de temperatuur was. Zodra die onder de tien graden kwam, vond ik dat niet echt leuk, maar ach, het hoorde erbij. Bij een temperatuur onder het vriespunt baalde ik, maar ik kon er verder ook niks aan veranderen.

Wat het weer dus ook deed, hoe veel of hoe weinig zin ik ook had, ik stapte op de fiets. Iedere dag. Twee keer. In weer en wind. Een uur heen en een uur terug. Tegenwind was er elke dag wel. Meewind dus ook, maar ik dacht er niet over na.

Na de middelbare school ging ik studeren. Ik moest met de trein naar de Hogeschool en die trein leek warempel wel meer last te hebben van sneeuw, herfst, storm en regen en dat soort dingen dan mijn fiets. Zodra het kouder werd of de blaadjes gingen vallen, liet de trein me wel eens in de steek. Dat had mijn fiets nooit gedaan.

Ik werd achttien. Er kwam een roze pasje in mijn portemonnee. Er kwam een auto voor de deur te staan. En vanaf dat moment werd alles anders. Als ik even een boodschap moest doen, ook al was dat ongeveer naast de deur, begon ik na te denken over hoe ik dat zou doen. Voordat ik in bezit was van het roze pasje pakte ik altijd de fiets. Zonder na te denken. Bij heel erg extreme regenval was lopen met een paraplu ook nog een overweging. Nu is dat dus anders, sinds ik een auto voor de deur heb staan. Als ik denk dat het misschien gaat regenen, overweeg ik om de auto te pakken, ook al hoef ik maar een klein stukje. Als het hard waait, stap ik zéker niet op de fiets, want ja, tegenwind.

Lekker warm in mijn autootje zie ik dan de scholieren gaan. Ze hebben zich in hun regenpakken gewurmd en fietsen tegen de wind in. Ik vind ze zielig, echt vanuit het diepst van mijn hart. Die arme pubers, koud, nat en in de wind op de fiets. Ik ben dan ook nog eens extra blij met de auto waar ik droog en warm in zit.

En dan opeens dringt het tot me door: Deze pubers vinden zichzelf waarschijnlijk helemaal niet zielig. Die hebben er niet eens over nagedacht dat ze moesten fietsen, want een andere mogelijkheid was er niet. En daar zit ik dan, in mijn autootje. Droog en warm. Op een stukje dat ik ook had kunnen lopen met een paraplu. Dus wie is hier zielig? Die pubers of ik? Ik denk van ik. Maar ja, ik heb lang genoeg gebikkeld. Af en toe mag ik dan toch best even genieten van die auto die anders ook maar voor de deur staat?

Christen en depressief

“Als je christen bent, kun je nooit écht depressief zijn. Er blijft altijd een soort vreugde.” Deze opmerking hoorde ik een keer tijdens een Bijbelstudie. Ik ben een christen én depressief. Nooit ben ik die opmerking vergeten en nu, jaren later, schrijf ik erover.

Ook onder christenen zijn mensen met een depressie. De één zal daar open over zijn en de ander zal dat verbergen. Ik verborg het jaren, voor iedereen. Toen ontmoette ik, lichamelijk vrij ernstig ziek, een dominee die dwars door me heen prikte. “Er is meer.” Er was inderdaad meer. Daarover spraken we later, toen ik lichamelijk weer wat sterker was. Ik werd niet veroordeeld. Ik werd geholpen.

Ja maar, hoe zit het dan met die vreugde waar die ander het tijdens die Bijbelstudie over had? Dat is een goede vraag. Ik heb mezelf die vraag ook duizenden keren gesteld. Ik heb mezelf schuldig gevoeld omdat het niet goed met me ging. Ik heb tegen andere mensen gezegd: “Hier zit ik dan; ik heb een leven waar menigeen jaloers op kan zijn en ik zit hier te klagen en ondankbaar te zijn.” Er was niet één (christelijke) hulpverlener die akkoord ging met die opmerking. Ja, ik zat daar. En ik had het moeilijk. Want dat kan ook.

Op de zwartste dagen heb ik soms het gevoel dat de depressie sterker is dan ik en weet ik niet hoe ik vol moet houden. Op één van die dagen heb ik mezelf verteld: “Je kunt niet opgeven. Er zijn nu zóveel mensen die voor je bidden. Dat houdt je staande. Juist als zelf bidden niet meer lukt.” En dat is ook hoe het voelt.

Ik hoorde een preek die mijn zwarte dagen definitief veranderde: Alle dingen zijn mij mogelijk door Christus, Die mij kracht geeft (Filippenzen 4: 13). Het vóelt soms niet alsof God me kracht geeft, maar ik wéét dan met mijn verstand dat het zo is en ik gelóóf het. Dat en die muur van gebed rondom me houden me dan staande. En nogmaals, gevoel laat me daarin soms in de steek, maar dan klamp ik me met mijn verstand vast aan God. Er is voldoende kracht voor iedere dag. Dag voor dag.

Ja, soms zijn de dagen zwart en voel je geen vreugde. Maar dat maakt niet dat je geen of een slechte christen bent. Christus Zelf kende dagen met zwarte randen; dagen waarop Hij het niet meer wist. Hij had verdriet. Hij was een mens, net als wij. Hij snapt het. Hij ging er helemaal doorheen. Hij ging nog veel dieper dan wij. Voor ons.

Ik probeer de dagen stuk voor stuk te bezien. Ook daarover leerde ik iets in de kerk: Kijk niet vooruit. Kijk niet achterom. Kijk naar Boven. En als je valt? Dan zijn daar Gods handen onder je, in de diepte. Die vangen je op. Dieper dan Christus ging, kun jij niet vallen.

Dit artikel voelt eng en kwetsbaar. Maar ik wil ook taboes doorbreken en dit artikel voelt daarom minstens net zo nodig als eng en kwetsbaar. Laten we in de reacties elkaar(s levensovertuiging) respecteren.

Boekenpraat: De minnares (Camilla Grebe)

Van lezen komt mijn altijd actieve hoofd tot rust. Niet mijn eigen woorden, maar die van een ander staan dan even centraal. Ik geef vervolgens in mijn eigen woorden mijn mening over wat ik heb gelezen.

Het verhaal
De Zweedse vijfentwintigjarige winkelmedewerkster Emma heeft een ingewikkelde relatie achter de rug. Haar hele leven is eigenlijk al vrij ingewikkeld verlopen. Emma besluit dat het tijd is de regie terug te nemen. Ze zal zelf bepalen welk leven ze zal leiden, met wie en hoe.

Rechercheur Peter Lindgren krijgt te maken met een brute moord. Iemand meldt de vondst van een lichaam, waarbij het hoofd gescheiden is van de romp. Peter gaat, met zijn team, op onderzoek uit. Wie is de vermoorde vrouw? Wat deed ze in dat huis? Wie kan haar vermoord hebben? En heeft het iets te maken met een moordonderzoek waar Peter eerder bij betrokken geweest is?

Gedragsdeskundige Hanne wordt door het politiekorps ingevlogen om ondersteuning te bieden bij het onderzoek. Kan zij zeggen wie in staat zou kunnen zijn tot het plegen van zo’n gewelddadige moord? Kan zij meer duidelijkheid geven over een motief? Maar Hanne heeft ook nog heel veel andere dingen aan haar hoofd, zoals een liefdesleven dat niet helemaal volgens planning is gelopen en het feit dat ze steeds meer dingen vergeet. Kan zij het team de juiste weg wijzen?

Mening
Dit was voor mij het tweede boek dat ik las van deze auteur. Het verhaal wordt verteld vanuit Emma, Peter en Hanne. Bovenaan ieder hoofdstuk wordt steeds heel duidelijk aangegeven wie de ik-figuur is. Dat zorgde er voor mij voor dat het wisselende perspectief niet storend was, maar het boek juist steeds weer een frisse invalshoek gaf. Met name Emma vond ik een intrigerend personage. Ik deed er lang over om haar goed te leren kennen en ze bleef me verrassen. Dat komt wellicht ook omdat ik Peter en Hanne al eerder tegen was gekomen in het boek ‘Dagboek van mijn verdwijning’. Hen kende ik dus al.
Het boek bleef voor mij tot aan het laatste hoofdstuk verrassend en onvoorspelbaar. Voor thrillerliefhebbers wat mij betreft een echte aanrader.

Serie
Nog niet zo heel lang geleden las ik ‘Dagboek van mijn verdwijning’ van Camilla Grebe. Ik kwam, zoals ik al schreef, ook in dat boek rechercheur Peter en gedragsdeskundige Hanne tegen. ‘De minnares’ speelt zich eerder af, maar ik vond het zeker niet storend dat ik al wat dingen wist uit het verdere leven van de twee. Mocht je dat wel vervelend vinden, kun je de boeken van Grebe dus beter op volgorde lezen.

Dit boek ook lezen?
‘De minnares’ vind je bijvoorbeeld bij bol.com

Boekgegevens
Titel: De minnares
Auteur:
Camilla Grebe
Uitgeverij:
Cargo
Genre:
Psychologische thriller
Pagina’s:
445

Deze blog bevat een affiliatie link. Als je via deze link iets koopt, krijg ik een klein percentage van het aankoopbedrag. Uiteraard betaal je daar zelf niets extra voor.

Houd het vast op hout

Zomeravonden:
De ondergaande zon;
zingende vogels;
kwakende kikkers;
loeiende koeien;
blatende schapen;
een klein zuchtje wind;
het geluid van mijn voetstappen of mijn fietsbanden op het asfalt;
de dag die langzaam overgaat in de nacht.

Ik ben heel erg gek op buiten zijn. ’s Zomers ga ik graag als de zon aan het zakken is nog heel even naar buiten om de dag af te sluiten. En omdat ik graag samen met anderen geniet, maak ik dan foto’s. Op grauwe, grijze winterdagen kijk ik die foto’s met plezier terug. Ik heb inmiddels honderden foto’s van rustgevende landschappen in mijn bezit. Ik maak er elk jaar een fotoboek van, daar blader ik nog eens in en dat is het wel.

Tot nu. Ik kreeg van Foto op Hout de vraag of ik een foto wilde laten afdrukken. Ik had er al wel eens naar gekeken, maar ook steeds geaarzeld. Mijn meubels zijn van hout; zou een foto op hout dan niet zorgen voor een beetje té veel hout?

Nu ging ik aan de slag. Op de website kon ik kiezen uit diverse maten en houtsoorten. Ik keek nog even bij een Foto op Steigerhout, maar vond dat net te ‘houterig’ voor bij mij in huis.

Uiteindelijk koos ik dus voor een Foto op Hout op planken die geschikt zijn voor binnenshuis. Een whitewash-behandeling zou het product helemaal af moeten maken.

Ik ging nog eens door al mijn foto’s en stopte bij mijn favoriete zomeravond. Deze foto moest het worden. Via de website uploadde ik mijn foto en koos voor horizontale planken. Ik heb lang getwijfeld tussen horizontale en verticale planken en veel gekeken naar de voorbeelden op de website. Uiteindelijk besloot ik dat horizontale planken beter bij mijn foto pasten.

Binnen een week stond er een bezorger voor de deur met mijn foto. Vol verwachting maakte ik de doos open en ik was blij verrast. De kleuren waren nog mooier dan op het scherm en de horizontale planken bleken een goede keuze. Er was duidelijk sprake van een foto op hout, maar de foto straalde door de whitewash-behandeling toch rust uit en was zeker niet te druk voor mijn rustige interieur. De foto werd geleverd met een ophangsysteem, maar staat bij mij nog even tegen de muur geleund, wachtend op mijn vaste klusjesman.

Houd de zomeravond vast op hout.

Met deze foto houd ik de zomeravond vast op hout. Ik kan vanaf de bank nagenieten van die ene, prachtige avond. En deze foto zal me vaak aansporen om naar buiten te gaan, om van nog veel meer zomeravonden te kunnen genieten.

Het product in dit artikel heb ik gekregen in ruil voor een review, waarvoor dank. Dat beïnvloedt echter niet mijn mening, want die is oprecht als altijd.