Vaderskind in rouw

Vroeger was ik een vaderskindje. Ik vond het heerlijk om samen met hem een rondje te wandelen, na het eten even op zijn schoot te kletsen, uren bij hem in de auto te zitten en dagjes met hem mee naar zijn werk te gaan. Het meest heerlijk vond ik het misschien wel dat we samen konden zwijgen. We konden uren naast elkaar zitten met een boek (hij stiekem knikkebollend, ik lezend) en niets zeggen. Juist dát maakte het voor mij zo goed en vertrouwd.

Daarbij leek hij te kunnen ondertitelen wat ik zelf niet snapte of niet zeggen kon. Onderhuidse spanning die ik maskeerde met grapjes, wist hij zo achter het masker vandaan te halen. Altijd. En dan snotterde ik even uit op zijn schouder en kon ik weer verder.

Dingen die ik niet snapte, legde hij me geduldig uit. Dat ‘ruzie’ tussen Nederland en België bijvoorbeeld niet gelijk een Derde Wereldoorlog betekent, maar dat dat betekent dat de leiders van die landen het ergens niet helemaal over eens zijn. Dat het oké is om te huilen als je verdrietig bent. En humor, dat leerde ik ook van hem. Of eigenlijk leerde ik dat niet, dat erfde ik, denk ik.

Bij dikke paniek was hij degene die orde in de chaos wist te scheppen en uit kon leggen dat het niet zo ernstig was als het voor mij leek. Maar als het wél ernstig was, zei hij dat ook eerlijk. Eerlijk zijn, sorry zeggen, niet boos gaan slapen. Ook dat leerde ik.

Praktisch was hij er ook. Fiets kapot? De volgende dag kon ik op een gerepareerde fiets weer naar school. Bril scheef? Even wat verstellen was geen probleem.

En toen was ik vijftien. Ook mijn vader was nog jong. Hij werd ziek en stierf niet lang na de diagnose. Tijdens zijn ziekte kon hij nog voor me ‘ondertitelen’. Hij was eerlijk over dat hij het niet zou redden. Hij troostte me als ik het niet meer wist. Hij hield me vanuit zijn ziekenhuisbed nog in de gaten. “Had jij deze week geen tentamens?” Eh. Ja. Maar wat konden mij die tentamens schelen? Als hij in het ziekenhuis lag, belde ik hem. Totdat hij te ziek was om nog te bellen. Er ging iets kapot. Hij kon het niet maken. Ik was verdrietig. Hij kon me tóch nog troosten, mijn hoofd naast het zijne op zijn ziekenhuisbed.

Toen stierf hij. Ik was intens verdrietig, naast de ‘opluchting’ dat zijn lijden voorbij was. Als ik verdrietig was, was er één die dat altijd direct door had en die dat altijd zag. Die was er niet meer. Ik voelde me verloren in mijn gevoel. Hoe moest ik dat uiten nu degene die me het beste snapte me niet snappen kon? Inmiddels heb ik meer dan een half leven geen vader meer. Ik mis hem. Het is inmiddels zo ‘gewoon’ dat ik, als er iets kapot gaat, echt niet meer denk dat ik hem zou willen bellen. Als ik naar mijn ouderlijk huis ga, denk ik er echt niet meer over na dat hij daar zou moeten zijn. Toen ik mijn diploma’s tekende, ja, toen miste ik hem. Ik denk niet elke dag bewust aan hem. Ik mis hem niet elke dag bewust. Maar wat ik het meest mis, is de liefde, de vanzelfsprekende vertrouwdheid, de schouder om op te huilen én dat ik mijn maskertje af kon doen, met een steuntje in de rug van hem. Dat mis ik. Het is geen open wond meer. Het is een litteken. Het trekt zo nu en dan. Dat is pijnlijk en tegelijk prima. Zoals iemand wel eens tegen me zei: “Hij is je tranen waard.”

12 gedachtes over “Vaderskind in rouw

  1. Wat een mooi stukje. Ik ben ook een ‘papaskindje’ en herken me dan ook in je verhaal. Ik kan me niet voorstellen hoe het is om je vader te verliezen. Mooi dat je er zo over kunt schrijven!

    Liked by 1 persoon

  2. Heel verdrietig dat je al zo vroeg je vader moest missen, des te erger omdat hij je steun en toeverlaat was. Maar uit dit mooie eerbetoon blijkt dat je mooie herinneringen hebt en ze koestert,
    Soms zoeken vrouwen in hun echtgenoot eigenlijk een beetje hun vader, dat zou ik in jouw geval heel goed kunnen begrijpen als dat zo is.

    Liked by 1 persoon

  3. […] Na dat avontuur liet ik me uiteraard nóg minder wegsturen. Ik zou me nooit meer naar huis laten sturen met de boodschap dat dingen tussen m’n oren zitten of dat alles veroorzaakt wordt door stress. Dat heeft me gemaakt tot de enorme ‘zeur’ die ik nu ben. Ja, ik kan drammen. Dat doe ik omdat ik bang ben. Omdat ik alle controle over mijn gezondheid ben verloren. Omdat ik destijds niet gehoord ben. Omdat ik heb gezien wat er kan gebeuren als een diagnose gemist wordt. […]

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.