Hypochondrische humor – deel 2

Mijn hypochondrie is gelukkig onder controle. Na een jarenlang gevecht en intensieve therapie beheerst het mijn leven niet meer. Het zit nog wel in de aard van het beestje, maar dat is anders dan het was. Bij alle angst is humor altijd een belangrijk ‘overlevingsmechanisme’ voor me geweest. Ik schreef daar al eerder over. En toen, op de dag dat ik de behandeling van mijn hypochondrie zou afsluiten, deed zich de beste grap op hypochondrisch vlak voor.

Afgekickt van naar de huisarts gaan

Een kort stukje voorgeschiedenis. Tot januari van dit jaar ging ik elke drie weken naar de huisarts en had ik tussendoor nog vaak telefonisch een keer contact. Dat was nodig om de angst onder controle te houden. Het ging nét, maar het ging. Ik had die afspraken echt nodig. Natuurlijk begreep ik dat het niet levenslang zo kon blijven, maar voor dat moment was het de ‘beste’ oplossing. De behandeling van mijn hypochondrie liet namelijk nogal lang op zich wachten en zo overbrugde ik de tijd op de wachtlijst.

Bij de start van mijn behandeling moest ik ‘afkicken’. Ik mocht niet meer naar de huisarts en mocht ook niet bellen bij paniek. Dat was heftig, maar uiteindelijk won ik de strijd en kickte ik af. Inmiddels ga ik niet meer één keer in de drie weken, maar één keer in de drie maanden naar de huisarts.

Moe in het kwadraat

Ik had mijn al lang geplande afspraak met de huisarts. Tien weken hadden we elkaar niet gezien en dus was er genoeg te vertellen. Voor mij was één van de belangrijkste punten mijn vermoeidheid. Ik was moe in het kwadraat. Ik kwam ’s morgens moeilijk mijn bed uit, sliep lange nachten én deed ’s morgens én ’s middags een dutje. Niet helemaal oké, leek me. Ik had het al een paar keer met mijn psycholoog besproken. Die concludeerde dat ik nu al langere tijd die uitputting aangaf. Hij had gelijk. We besloten dat ik het met de huisarts mocht bespreken.

Mijn huisarts deed waar ik bang voor was. Hij legde uit dat psychische problemen extreme vermoeidheid kunnen veroorzaken. Dat wist ik natuurlijk al en ik snapte zijn gedachtegang wel, maar toch voelde dit anders. Ik had het idee dat er lichamelijk ook iets moest zijn. Ik wilde graag bloedonderzoek. Dat mocht. Ik had er nog een verzoek bij. Ik wilde graag een telefonische afspraak om de uitslagen te bespreken. Dat mocht ook.

Zie je wel!

Op de dag dat de huisarts me zou bellen met de bloeduitslagen, opende ik de app van mijn apotheek. In die app kan ik mijn medicijnen herhalen. Wat zag ik? Er was een nieuw medicijn toegevoegd. Google leerde me dat het ging om vitamine B12. Ik appte naar mijn moeder: Als de dokter straks belt, zal ik niet zie je wel zeggen. Dat deed ik ook niet, maar ik nam wel de telefoon op met de mededeling dat ik een tekort aan vitamine B12 had. Dat klopte en uiteraard vond hij het wel grappig dat ik dat zelf al had gezien. Rustig legde hij uit dat alles verder goed was, maar dat mijn B12-waarde al een poosje daalt en nu in het grensgebied zat. “En gezien jouw klachten leek het me goed om het te behandelen.” Dat was ik met hem eens.
Maar toen kwam het: “Je krijgt injecties. De eerste vijf weken twee per week en daarna één keer in de twee maanden.”
Hm, geen zin in. Twee keer per week naar de huisartsenpraktijk. Wachtkamer, prikkels, gedoe. Maar ja, wat moet dat moet.

De humor van afkicken en vaker dan ooit naar de huisarts

Eerst gaf het een beetje chaos in mijn hoofd. Nu was ik nét afgekickt en zou ik ineens vijf weken lang twee keer per week naar de huisartsenpraktijk moeten?! Ik wilde niet. Ik vroeg of ik mezelf die injecties niet kon geven*. Dat kon, maar het was niet de meest gebruikelijke optie. Toch wilde ik dat, want ik vond eigenlijk dat ik niet naar de huisartsenpraktijk mocht én ik had geen zin in al die prikkels van de wachtkamer steeds.

De volgende dag zag ik het anders. Natuurlijk was deze tien keer in vijf weken geen ‘overtreding’ van het verbod op naar de huisarts gaan. Bovendien zou niet de huisarts, maar de assistente de injecties zetten. Die ochtend belde ik de praktijk. Ik maakte tien afspraken.
Lachend hing ik daarna op. Dezelfde middag had ik mijn laatste afspraak voor de behandeling van mijn hypochondrie.
En ach, wat doe je dan als je hebt afgeleerd om naar de huisarts te gaan? Precies ja, tien keer in vijf weken naar de huisartsenpraktijk. Ik reken het goed;).

*De eerste keer informeerde ik nog naar zelf injecteren, maar de naald moest ‘deels’ (wat is deels?) in mijn arm/been en de vloeistof uit het potje en… laat maar. Ik kom wel tien keer. Gelukkig had ik alle keren weinig last van ‘wachtkamergezelligheid’.

18 gedachten over “Hypochondrische humor – deel 2

  1. Wat een mooie manier om meegenomen te worden in jouw hoofd zo – want voor iemand als ik die waarschijnlijk eerder dood gaat dan een huisarts bellen zo een vreemd concept. Ik voel me echt verrijkt 😱

    Ps. Super knap dat je dit (en zo hands on!) Hebt aangepakt!

    Geliked door 1 persoon

  2. Ongelooflijk, dat je na dat hele traject 10 keer moest voor een injectie…
    Maar supergoed dat je het bent aangegaan en hopelijk hebben die injecties geholpen!
    Groetjes
    Jantine

    Geliked door 1 persoon

  3. Oh, ik heb die injecties ook gehad. Wat een nare vloeistof is dat.
    Wel heel ironisch, zeg! Toch goed dat je bent gegaan. En inderdaad, de injecties worden door een assistent toegediend. Misschien dat dat ook wel weer scheelt? Aan een assistent kun je minder vragen.

    Like

  4. Er zit een verschil tussen naar de huisarts gaan omdat je ziek bent of naar de huisarts gaan omdat je denkt dat je ziek bent 😉 Of mag je met een gebroken been ook niet naar een dokter?

    Like

  5. Het leven is ook wel wonderlijk zeg! Dat je nu ineens zo vaak naar de praktijk moet. Het is net een nieuw soort toets om te kijken hoe dat nu gaat.

    Like

  6. Jeetje, dat is wel zo typisch. Had je vast op voorhand niet zelf kunnen bedenken.

    Ik krijg ook B12 injecties, eentje om de 2 weken omdat ik allicht een opnamestoornis heb. Maar hier het geluk dat de verpleegdienst dat thuis komt doen. Dus gelukkig niet zo vaak naar de huisarts. En omdat de verpleger zoveel ervaring heeft, zet ie ze (bijna) pijnloos, nog zoveel fijner!

    Like

  7. Ja dát is wel humor, maar het mag, sterker nog het moet eigenlijk. Zelf prikken zóu wel een optie zijn, ik heb het wel eens gedaan toen ik door een voet in het gips niet mobiel genoeg was en dagelijks bloedverdunners moest inspuiten. dat vond ik niet zo’n probleem.

    Like

    1. Klopt hoor, het was ook zeker een optie, maar ik kreeg er de zenuwen van dat ik het verkeerd zou doen enzo, dus dan maar even laten doen door de doktersassistente.

      Like

  8. Pingback: Niet normaal

Reacties zijn gesloten.