De druppel die mijn emmer deed overlopen

Mijn emmer liep over. Of, zoals ik het tegenover mijn hulpverleners verwoordde: “Zelfs bij mij is de wilskracht waarop ik door kan gaan een keer op.” Ik schrok van wat er gebeurde toen de emmer overliep, maar tegelijkertijd was dit iets waar ik al maanden tegen vocht. En toen kwam dus de druppel. De druppel heette -hoe kan het ook anders hè- wachtlijst.

De chaos bereikt een hoogtepunt

Het zat al maanden niet goed in mijn bovenkamer. Het was chaos en ik kon letterlijk de datum noemen van de laatste keer dat ik écht blij was geweest. Daarna waren er ook heus nog wel leuke dingen geweest, maar ik ‘voelde’ ze niet meer. Dan liep ik zonder jas buiten en dan wist ik: ik word hier blij van. Maar ik voelde het niet. Dat proces was al maanden aan de gang. Ook bij ‘grote gebeurtenissen’ had ik in die maanden niet de blijdschap gevoeld die ik normaal zou voelen.

Nu is mijn gevoelsleven altijd wel van hoge toppen en diepe dalen geweest en dat was lastig, maar ik heb ook altijd gezegd dat het daar op die bergtop fantastisch is. De bergtoppen verdwenen. De diepe dalen bleven over. Afgewisseld met af en toe ‘gewoon mwa’. Maar echt lekker zat het dus niet.

De oplossing werd gezocht in medicatie, maar daar was een psychiater voor nodig. Het was oktober toen ik aangaf dat ik het niet lang meer vol ging houden. De psychiater zou mijn huisarts bellen, maar deed dat niet. In december vroeg ik er opnieuw naar, maar opnieuw gebeurde er niets. Tot maart. Toen mailde mijn psycholoog de psychiater. En toen liet de psychiater de druppel in mijn emmer vallen die ervoor zorgde dat die overliep.

Van hoop naar wanhoop naar hoop naar wanhoop…

Het was al in de zomer van 2021 helemaal fout gegaan. Ik was op. Ik wist niet hoelang mijn wilskracht me nog overeind zou houden. Ik kon bijna niets meer. Uitputting sloeg me soms letterlijk lam. Figuurlijk sowieso. Steeds maar weer klampte ik me vast aan een laatste sprankje hoop. Mijn uiteindelijke ‘licht aan het einde van de tunnel’ was de belofte van overleg over medicatie.

In oktober dacht ik dat ik bijna aan het einde van die tunnel zou zijn.
Maar dat was dus niet zo.
In december dacht ik het weer, want nú zou die psychiater toch wel gaan bellen?
Maar weer was dat niet zo.
En weer verdween mijn laatste sprankje hoop.
Maar weer kon mijn wilskracht nog ergens een laatste beetje vinden om weer door te gaan.

Toen werd het maart.
Mijn psycholoog mailde de psychiater met het verzoek om mijn huisarts te bellen.
Een week later (ja, een week, het kán ook snel!) belde de psychiater de huisarts.
Mijn hart kreeg weer hoop. Ik hoopte dat zij samen een plan hadden bedacht voor medicijnen.
Maar de psychiater wilde me zien. In mei.

Mijn wilskracht is op

Toen barstte de bom. Niet ter plekke hoor. Ik knikte liefjes naar de psycholoog die de afspraak aan me doorgaf. En ik zei sarcastisch: “Ach, ik heb nu toch de winter al overleefd. Die acht weken kunnen er dan ook nog wel bij.” Maar daar meende ik niets van.

Eenmaal thuis kwam de wanhoop. Die kwam een dag later tot uiting in een therapiesessie met mijn vaste psycholoog, die ik al jaren ken.
Ik wilde namelijk helemaal niet naar die psychiater. “Want ik weet precies hoe dat gaat. Dan kan ik het allemaal zo mooi brengen en dan valt het toch wel mee en dan krijg ik uiteindelijk weer geen pillen. En bovendien duurt dit nog acht weken. Ik kán niet meer nog acht weken. Niet wéér wachten.” En bovendien: “Ik vraag niet nu om hulp. Als ik in maart om hulp had gevraagd en in mei had kunnen komen, was dat oké geweest. Maar ik heb in oktober al om hulp gevraagd. Dan is mei wel érg laat. Alleen had de psychiater in oktober even de mail met het verzoek om de huisarts te bellen gemist. Oeps, foutje. Ehm ja, vervelend foutje.”

Vanaf dat moment kon ik een week lang alleen nog huilen, slikte ik kalmerende pillen en was ik wanhopig.
Ik was op. Zó op. Zó uitgeput. Zó letterlijk hopeloos (zonder hoop). En die acht weken konden er echt niet meer bij.

Een nieuw, klein sprankje hoop.

Ik deed wat ik doe als ik wanhopig ben: domme dingen.
Zo besloot ik alle afspraken met hulpverleners af te zeggen, want ik ben toch te overstuur om daarheen te gaan.
Mijn vaste psycholoog trapte daar niet in en wist me over te halen om een week later toch weer te komen.
Een vriendin schakelde de huisarts in.
In eerste instantie dacht ook hij dat ik nog wel even verder kon op wilskracht.
Hij adviseerde me alles op een rijtje te zetten voor de psychiater.

Dat deed ik.
Maar die afspraak duurde nog te lang, dus ik stuurde het epistel naar mijn huisarts.
Al snel ging de telefoon.
“Dit gaat niet goed.”

Alleen al die woorden gaven een soort ‘ontspanning’.
Nu was ein-de-lijk duidelijk dat het niet meer ging.
Mijn huisarts belde de psychiater.
De psychiater vervroegde de afspraak met drie weken.
En ik? Ik kreeg een klein sprankje hoop dat het dan toch nog goed zou komen.
Tegelijkertijd wilde ik dat sprankje hoop niet.
Want wat als het gesprek gaat zoals ik vrees?
Ik wil niet wéér de hoop verliezen, dus wil ik maar niet meer hopen.
Maar we zullen zien…

*Wordt uiteraard weer vervolgd.

15 gedachten over “De druppel die mijn emmer deed overlopen

  1. Is het een idee om iemand mee te nemen naar de psychiater? Zodat je het gevoel hebt sterker te staan. Dat je met die persoon afspreekt, dat jullie echt gaan voor het overbrengen van de ernst van de situatie en de noodzaak van medicatie?
    Sterkte lieverd. Ik snap heel goed dat je niet eindeloos kunt rekken, met wachten.

    Like

    1. Mijn blogs lopen altijd wat achter, dus die druppel is gelukkig alweer een maand geleden. Het gaat inmiddels gelukkig weer wat beter, maar wordt vervolgd.

      Like

  2. Ik wil vanaf nu alleen nog maar foutjes in de GGZ die in het voordeel van de patiënt zijn. Gewoon, even bij wet vastleggen. Zodat we oprecht kunnen zeggen ‘he, foutje. Bedankt!’

    Like

    1. Ik zeg altijd: “Ik wil de toppen wel inleveren, maar dan wil ik de dalen ook niet en die zijn er nog wel.”

      Like

  3. Mijn hemel, wat een bizarre toestanden hè?
    ik weet het vanuit mijn werk natuurlijk al.
    Maar het blijft bijzonder om het zo hier te lezen.
    Dat de hulp zo tergend langzaam op gang komt. Te triest 😦

    Like

    1. Het is inderdaad bizar. Ik zet het dan over naar iets fysieks en dan zou iedereen het raar vinden: “Wat zegt u? U kunt niet meer lopen? O, eens even kijken. Ik heb in december nog een plekje. Schikt dat?”

      Like

  4. Echt ontzettend naar hoe dit gelopen is en hoe je eigenlijk aan je lot wordt overgelaten. 😦
    Volgende keer sneller bij de huisarts aan de bel trekken hoor. Je vraag echt niet voor niets om hulp.
    Gelukkig lees ik in de reacties dat het inmiddels wel weer iets beter met je gaat. ❤️

    Geliked door 1 persoon

Reacties zijn gesloten.