Open brief aan de burgemeester van Muggendorp

Geachte mevrouw Mug,

Graag richt ik me in deze brief even tot u, als vertegenwoordiger van alle muggen op aarde en vooral alle muggen in mijn dorp. Ja, u ja, de burgemeester van de muggen hier. Heb ik uw aandacht?

Uw onderdanen zijn, ondanks de strenge wetgeving rond privacy, achter mijn adres gekomen. Ze hebben zich voor mijn deur gevestigd en zodra ik de deur open, worstelen ze zich naar binnen. Dat doen ze altijd met minstens twee tegelijk. Nu hoor ik u bijna hardop denken: Wat is het probleem? Nou, mevrouw Mug, het probleem is dat ik uw soort echt wel wil accepteren en waarderen, maar dan moet uw soort zich toch wat mensvriendelijker gaan gedragen.

Ik ben heus niet vergeten hoe een paar jaar geleden een ware invasie van uw soort de weg naar mijn huis vond. Meer dan veertig keer moest ik die nacht mijn bed uit om op jacht te gaan. Mag ik gelijk even vermelden dat ik nog altijd trots ben op het feit dat het aantal lijken hoger lag dan het aantal muggenbulten?

Na die invasie nam ik maatregelen. Ik investeerde een ribje uit mijn lijf in horren voor de ramen. En dáár zit het probleem, mevrouw Mug. Uw soort is niet goed opgevoed. Iemand met horren voor de ramen is niet gediend van uw bezoek. Ik waardeer het dus niet als uw onderdanen even snel door mijn voordeur naar binnen glippen.

Nu denkt u misschien dat ik de zoveelste ben die begint te klagen, maar dat is ’t niet. Ik ga graag de dialoog met u aan. Kunnen we niet wat spelregels opstellen?
Ik dacht aan het volgende:

  1. Mijn buren hebben ook lijven. En bloed. Die zijn dus zéker een bezoekje waard. Ze hebben trouwens ook geen horren. Makkelijker dan dat kan het niet, toch?
  2. Als uw onderdanen dan toch graag bij mij willen komen eten, mag het dan in het vervolg zonder gezoem? Dan word ik in ieder geval niet wakker van ze.
  3. Een lijf is vrij groot. Waarom moet er dan altijd rond de ogen geprikt worden? Kunnen we afspreken dat we bijvoorbeeld alleen nog voor de armen gaan?
  4. Kleine kanttekening bij de armen: Als u of uw onderdanen iets van een arm of een been willen eten, lijkt één keer me ruim voldoende. Waarom moet er dan altijd van boven naar onder overheen worden gewalst? Kan best anders, zou ik denken. Eerlijk zullen we alles delen en dat soort dingen.
  5. Na het vullen van de maag zou het fijn zijn als uw onderdanen weer verdwijnen. Dat scheelt mij weer wat jachtwerk.

En, vindt u het wat? Mede namens vele anderen die zich vast in deze brief herkennen hartelijk dank voor uw aandacht. Ik reken op uw begrip en op maatregelen.

Met hatelijke groet,

Naomi

P.S: Bij positieve veranderingen naar aanleiding van deze brief kan er wellicht weer een haRtelijke groet ter afsluiting worden geschreven.