De apotheek

In het dorp waar ik woon, kent iedereen elkaar. Allemaal prima, maar ik heb graag nog wel wat privacy. Bij de apotheek vind ik het bijvoorbeeld prettig als niet het halve dorp op de hoogte is van wat ik kom halen, maar daarin lijk ik de enige te zijn…

Daar word je lekker rustig van
Het is al jaren geleden dat ik voor het eerst rustgevende medicatie kreeg. Ik werd geregeerd door angst, ik moest ergens tussen werk en angst door een studie afronden en ik trok het even niet meer. Ik stond inmiddels op een wachtlijst voor behandeling, maar ik wist niet wanneer ik aan de beurt zou zijn. En toen kwam dus het punt waarop ik tot dan toe altijd had geweigerd: De huisarts schreef medicijnen voor.

Met lood in mijn schoenen ging ik naar de apotheek. Ik ging mijn medicijnen halen, maar eigenlijk wilde ik ze niet. Dat was toch geen oplossing? Zoals altijd bij het betreden van de apotheek, keek ik eerst maar eens goed om me heen. Geen bekenden? Niet het halve dorp bij de apotheek? Ik dacht dat het redelijk veilig was, maar wist het niet zeker.

Ik noemde mijn naam en adres en wachtte op mijn medicijnen. Daar kwamen ze dan. Mijn naam werd nog even vragend herhaald. Ja hoor, dat was ik. “Kijk eens, hier zijn uw medicijnen. U neemt er één of twee keer per dag één of een halfje. Daar word je lekker rustig van.” En bedankt. Dan weet iedereen even dat ik iets kwam doen waar ik zélf nogal mijn twijfels over had.

Tactieken
Omdat ik nogal een trouwe bezoeker ben van de apotheek en er vaak velen met mij zijn, weet ik van veel mensen wat ze slikken. Dat wordt gewoon allemaal besproken, in een miniruimte. Prima hoor, zolang het om pijnstillers gaat. Maar er zijn zalfjes en pilletjes waarvan ik liever niet weet dat iemand die gebruikt.

Ik doe het inmiddels anders. Ik weet dat de apothekersassistente bij de eerste uitgifte een uitgebreide uitleg geeft bij de medicijnen. Ik heb overigens sterk de indruk dat dat vooral is omdat ze dan weer zes euro af kunnen tikken voor een eerste uitgifte gesprek, want die uitleg staat ook gewoon op de bijsluiter én die heeft mijn huisarts al gegeven.

Hoe dan ook, op een dag (lang na die eerste keer rustgevende medicatie) brak het moment aan waarop ik mijn allereerste doosje antidepressiva moest halen. Ik wilde niet dat iemand anders dan ik dat zou weten, dus ik was voorbereid. Op de toonbank legde de apothekersassistente een grote bijsluiter neer. Met vette, grote letters stond bovenaan: “Medicijnen bij angst en depressie.” Die bijsluiter legde ik héél snel op z’n kop. Vervolgens kwam het doosje pillen tevoorschijn. Nog voor de apothekersassistente iets kon zeggen, had ik het al uit haar handen gegrist: “De dokter heeft het al uitgelegd. Bedankt.” En weg was ik. Alleen ik wist wat ik in m’n handen had en dat was precies de bedoeling.

Het moet gezegd: Sinds de invoering van AVG gaat het beter. Als mensen zelf niet van alles zeggen, weet ik niet wat ze krijgen. Meestal. En ik doe niet meer zo moeilijk over wat ik slik, dat scheelt vast ook een stuk.

Verdovende middelen?

Het heeft even geduurd, maar inmiddels durf ik gewoon openlijk toe te geven dat ik medicijnen slik. Naast wat medicijnen om m’n bloedwaarden op orde te houden, slik ik antidepressiva. Van die eerste medicijnen heb ik nooit een geheim gemaakt. Van die antidepressiva wel. En waarom? Dat heeft een lange historie.

Ik begon ooit met antidepressiva op het moment dat mijn psycholoog op vakantie was. Ik kende zijn mening erover. Hij vond antidepressiva verdovende middelen en weglopen voor het probleem. Maar ja, hij was op vakantie en ik werd gek. Ik zat bij de huisarts te vertellen dat ik het niet meer trok en die had gelijk door dat dat waar was: “Er moet nu iets gebeuren.” En na het afstrepen van wat andere opties, kwamen we uit op medicijnen. Ik wist niet wat ik moest zeggen en vertelde nog wel dat mijn psycholoog dat een stom plan vond. Ik moest zeggen wat ik er zelf van vond, maar ik had geen idee. Ik wist alleen maar dat ik gek werd. En dus vond mijn huisarts: “Jij wilt dat ik een besluit voor je neem. Dan gaan we ’t doen,” en schreef een recept uit.

Ik slikte mijn pilletjes. Ik werd er misselijk van, maar merkte er uiteraard de eerste week verder nog niets van.

Na een paar dagen was mijn psycholoog terug van vakantie. Ik biechtte hem op dat ik pillen slikte. Hij was not amused. “Wat kom je hier dan nog doen?” Ik stond perplex. Hij wilde dat ik ermee zou stoppen, want volgens hem had psychotherapie geen enkele zin als ik ook antidepressiva slikte. Ik moest me niet laten verdoven. Dat er die week daarvoor iets moest gebeuren, was hij met me eens. Maar de dokter had met me moeten praten, geen pillen voor moeten schrijven. Door de medicatie zou ik nooit het dieptepunt bereiken en dus niet herstellen, was zijn mening.

Met dat verhaal zat ik, een week na de start met medicatie, bij de huisarts. We besloten te stoppen. Een week voor niks misselijk geweest. Jammer dan.

Ruim een jaar later besefte diezelfde psycholoog* dat we er niet zouden komen. Ik klapte voortdurend dicht als het spannend werd. En ineens kwam er een plan voor antidepressiva op tafel. Ik was vervolgens de kluts kwijt. Nu mocht ’t opeens wel. Maar dat was volgens hem omdat het de eerste keer een impuls was en nu zou het een weloverwogen besluit zijn. Oké dan. Maar ja, nu wilde ik zelf niet meer. In mijn hoofd hoorde ik hem nog al die keren praten over mezelf verdoven met pillen en dat ik dat niet moest doen.

Toch ging ik met het voorstel naar de huisarts. Die ging akkoord en schreef me medicatie voor. De eerste dagen was ik vanwege de bijwerkingen helemaal versuft. Ik wilde stoppen, na een paar dagen, maar zette door. En toen, na een poosje, kwam de werking. Op een dag werd ik wakker en had ik het gevoel dat ik de dag die voor me lag aan zou kunnen. Ik kon me dat gevoel niet eens meer herinneren. Ik stond ’s morgens op, zonder me eerst af te vragen of ik me ziek zou melden. Ik ruimde mijn aanrecht elke dag leeg. De afwasmachine werd gelijk leeggeruimd na een vaat en de was hing niet meer een week op het droogrek, maar lag weer gewoon in de kasten. Het waren kleine veranderingen, maar ik was er heel erg blij mee. Er kwam weer wat structuur terug in mijn leven. De dagen waren weer te overzien.

En inmiddels, nu ik ruim anderhalf jaar antidepressiva slik, schaam ik me er niet meer voor. Ik begon in een periode dat de kranten bol stonden van negatieve verhalen over medicijnen. Toch zette ik door. En nu mag iedereen het van mij weten: Ik slik antidepressiva. Deze medicijnen hebben me helpen overleven. Ze hebben het allerzwartste randje iets minder donker gemaakt. Ze nemen iets van de chaos in mijn hoofd weg. En daarom ben ik blij dat ik nu deze medicijnen slik. Of ik er ooit nog mee ga stoppen? Ergens hoop ik dat. Ergens anders wil ik nooit, maar dan ook nooit meer terug naar dat allerdiepste zwart. En als ik daar m’n hele leven pillen voor nodig heb, dan zal ik die slikken en me daar niet voor schamen. Ik bedoel…ooit iemand gezien die zich schaamt voor zijn dagelijkse pilletje om de bloedwaarden op orde te houden? Nou dan.

*Hij heeft het effect van de medicatie gemist, omdat hij kort daarna zijn vertrek aankondigde.