Autisme en (mijn) geloof

Sinds ik de diagnose autisme kreeg, heb ik me in veel aspecten van autisme verdiept. Eén van de dingen waar ik over las, was geloven. Veel autisten hebben moeite om de abstracte dingen die in de Bijbel staan te geloven. Anderen vinden het moeilijk om naar de kerk te gaan. Weer anderen hebben juist heel veel steun aan hun geloof. Hoe zit dat bij mij?

Ik geloof
Vanaf mijn geboorte hebben mijn ouders me opgevoed vanuit christelijke waarden en normen en vanuit het geloof dat de Bijbel waar is en dat Jezus onze Redder is.

Toen ik ouder werd, bezocht ik christelijke scholen en ging ik met mijn ouders mee naar de kerk. Ik heb er nooit een seconde aan getwijfeld of wat ik in de Bijbel las en wat ik in de kerk hoorde waar zou zijn. Ik geloofde rotsvast dat dit de waarheid was.

Dat geloof ik nog steeds. Dat klinkt misschien vreemd, want het schijnt zo te zijn dat veel autisten het geloof maar moeilijk te begrijpen vinden. Hoe kan een God Die je verder niet kunt zien nu bestaan? Hoe kan Hij doen wat wij geloven dat Hij doet? Toch is júist de onzichtbaarheid van God en Zijn grootheid denk ik voor mij altijd een reden geweest dat ik zo rotsvast in Hem heb geloofd. God was voor mij zó bijzonder, dat zichtbaarheid iets van mijn geloof af zou hebben gedaan.

Daarnaast, toen er stormen kwamen in het leven, heb ik steeds ervaren hoe God me daar doorheen hielp met Zijn Woorden van steun in de Bijbel. En dat merk ik nog steeds. Ik zei pas tegen mijn dominee: “Stel dat ik niet had geloofd, ik zou echt niet weten of ik er dan zo bij had gezeten.” Hij zei dat ik dat wel wist. Ik had het geloof nodig. En dat is waar.

En ja, ook ik vind het soms moeilijk en ook ik twijfel soms of ik wel écht op de juiste manier geloof, maar in de basis is er altijd het geloof en het vertrouwen, ook al voel ik dat niet altijd. Dat voelen is ook zoiets. Ik vind voelen soms lastig. Als ik het niet voel, wéét ik echter dat God nog steeds voor me zorgt en dan houd ik me aan die wetenschap vast.

De kerk
Het is al vrij lang geleden dat ik een kerkdienst bezocht. Het lukt me niet. Er zijn in dat gebouw vreselijk veel prikkels en mensen en er wordt heel veel sociale interactie verwacht. Ik bedoel…voor de dienst begint, kan er zomaar een wildvreemde tegen je beginnen te praten. Ik vind dat ontzettend lastig. Wat zeg ik wel en niet? Wie is die ander eigenlijk? Mijn oplossing is om zo laat mogelijk binnen te komen, maar ja, tijdens de dienst kan het dan alsnog ‘fout’ gaan. Allemaal eng.

Een andere kwestie is dat wat ik zing en lees en hoor in een dienst me zó kan raken dat ik moet huilen. Dat wil ik dan natuurlijk weer niet tussen al die andere mensen.

Na de dienst is er dan soms gelegenheid om koffie te drinken en elkaar te ontmoeten. Mij zie je daar sowieso niet. Ik ben na een kerkdienst volkomen afgedraaid. Ik red het dan echt niet om ook nog gezellig te doen, zéker niet met mensen die ik maar zijdelings ken.

Ik mis het wel, om naar de kerk te gaan en ik werk aan een plan om er weer (in ieder geval één keer per zondag) heen te kunnen. Ik probeer wel verbonden te blijven. Ik luister elke zondag de diensten mee, terwijl ik thuis zit te kleuren. Contact met andere gemeenteleden en de dominee is er ook. Ik weet dat er mensen in de kerk zijn die voor me bidden en hun steun doet me goed.

Is er een hemel voor autisten?
Gekke vraag? Het is de titel van een boek van Alianna Dijkstra. Zij beschrijft daarin persoonlijke verhalen over autisme en het christelijk geloof. Ik las het boek met veel belangstelling. Niet alleen autisten komen aan het woord, maar ook christelijke hulpverleners. Ik vond het heel mooi hoe ik sommige dingen herkende. Andere dingen herkende ik juist helemaal niet, maar dat verbaast me niet. Iedereen is anders; iedere autist is anders, ook op dit vlak.

Autisme genezen
In het boek ‘Is er een hemel voor autisten?’ stelt Alianna Dijkstra de vraag of mensen bidden om genezing van hun autisme. Ik vond  dat een interessante vraag. Zelf heb ik dat nooit gedaan. Ik weet zelfs niet of ik ervan ‘genezen’ zou willen worden. Ik ben ik. Met autisme. Ik bid wel om genezing van de nadelige gevolgen van vele jaren overprikkeling, maar ik denk dat autisme op zichzelf ook een kracht kan zijn. Bovendien zie ik het niet als een ziekte en dus ook niet als iets dat genezen zou moeten of kunnen worden.

Ik geloof dat God me heeft geschapen. In mijn geval was dat met autisme. Dat kan ik heel goed accepteren. Omdat Hij, zoals dat in de Bijbel staat, me al kende voor ik geboren werd. Hij kan me dus ook door het leven met autisme leiden. En daar vertrouw ik op.  

Deze blog bevat een affiliate link. Als je via deze link iets koopt, krijg ik een klein percentage van het aankoopbedrag. Uiteraard betaal je daar zelf niets extra voor.

De diagnose

Na jaren van aanmodderen, verschillende vormen van begeleiding en ein-de-lijk toegeven dat ik het niet meer redde, was ik klaar voor verder psychologisch onderzoek. Op mijn werk was ik vastgelopen en mijn negatieve gedachten hadden inmiddels in mijn hoofd meer ruimte ingenomen dan leuk was, waardoor ik uiteindelijk het stempeltje depressie droeg. Maar waar kwam die depressie dan vandaan? Kwam het door rouw? Kwam het door hypochondrie? Er moest in mijn beleving meer zijn dan dat, maar ik kreeg de puzzelstukjes maar niet op hun plaats.

Tot nog maar heel kort geleden. Het was tijd voor de uitslag van de psychologische onderzoeken. Ik vond het spannend. Wat als ik me niet zou kunnen vinden in de uitslag? Wat als er iets uit zou komen waar ik me voor zou schamen?

Tijdens het gesprek was ik blij met mijn onderwijskundige achtergrond; alle termen en grafiekjes zeiden me in ieder geval iets.

Alle onderzoeken en hun resultaten werden beschreven. Beter gezegd, het gesprek was een beschrijving van mij. Iemand schetste een beeld van mijn ingewikkelde persoontje en ik kon me er helemaal in vinden. Ik vond dat heerlijk en heel bijzonder, want dat had ik nog maar zelden meegemaakt.

Toen volgde de diagnose. Ik mocht zelf, na de omschrijving, de conclusie trekken. Dat was voor mij heel eenvoudig: “Als ik dit allemaal hoor, is de diagnose autisme.” Dat was het.

Wie me een maand eerder had verteld dat ik de diagnose autisme zou krijgen, had ik keihard uitgelachen. Ik, autistisch? Nooit. Nee, ik houd niet van grote gezelschappen en ik ben hypergevoelig voor geluid, maar ik kan ook prima kletsen en ik kijk je ‘gewoon’ aan als we met elkaar praten. En toch was er gelijk rust, nadat het woord was gevallen. Ik had net een omschrijving van mezelf gehoord en ja, daar past autisme bij.

Puzzelstukje na puzzelstukje viel op zijn plaats. Dat ik zo dol ben op structuur, dat kinderen met autisme in mijn klas het altijd zo goed doen, dat anderen me vaak niet snappen, dat ik graag alleen ben, dat ik niet oplaad in gezelschappen, dat ik vast ben gelopen op het werk en nog veel meer.

Eén puzzelstukje kreeg ik niet geplaatst. Ik ben heel gevoelig , op allerlei vlakken, maar ook voor de stemming van anderen. Ik voel het haarfijn aan als iemand verdrietig of boos is en ik ga niet akkoord met ja zeggen en nee denken. Dat heb ik gelijk door. Ook dat bleek bij een vrouw met autisme heel goed te kunnen.

Bovendien heb ik inmiddels ontdekt dat dé autist niet bestaat. Ik ben ik. Ik snap mezelf opeens veel beter. In plaats van mezelf te veroordelen, kan ik mezelf begrijpen. De diagnose geeft me heel, heel veel rust. Ik ben zo blij en dankbaar dat ik mezelf nu beter kan begrijpen. Ik hoef mezelf niet te veroordelen. Ik begrijp waarom ik bepaalde dingen niet kan of niet snap en dat ik vast ben gelopen. Ik ben ik. Met diagnose. En, zoals mijn behandelaar heel mooi verwoordde: “Welke diagnose je ook krijgt, voor God verandert dat niet wie je bent.” In die wetenschap ging ik naar het gesprek. In die wetenschap liep ik weer naar buiten. Ik ben uniek. Nog veel unieker dan ik wist. En ik mag er zijn.

*Gek genoeg heb ik even geaarzeld of ik dit wilde delen. Inmiddels deel ik dit met volle overtuiging, júist ook omdat er over vrouwen met autisme nog vrij weinig bekend is. Ik weet het ook allemaal niet. Ik schrijf gewoon over mijn eigen ervaringen. Voor mezelf. En voor iedereen die er wat aan heeft. Vanaf nu zullen er dus meer artikelen verschijnen met dit thema.